Waar is de hemel gebleven?

Lezingen: Filippenzen 3:17-21 en 4:4-8; Johannes 14:1-7

Op 12 april 1961 maakte de Russische kosmonaut Joeri Gagarin, piloot bij de Russische luchtmacht, als eerste mens een ruimtereis. Of zullen we het een hemelvaart noemen? Als exponent van de toenmalig officieel atheïstische Sovjet-Unie verklaarde hij bij zijn terugkeer op aarde: “Kameraden, het heelal is donker, er is geen god”. In 1961 wisten wij nog niet zo veel over het heelal als vandaag. Vandaag de dag kun je op Discovery Channel via je TV ook een kijkje nemen in het heelal. Daar zien we dan de ontzagwekkend grote ruimte, waar de schittering van sterren, planeten en melkwegen met mooie kleuren worden weergegeven. En inderdaad, God kunnen wij op die beelden niet ontdekken.

Ik wil vandaag met u over de vraag nadenken, die deze ontdekking met zich meebrengt: De hemel, de woonplaats van God, waar is toch de hemel gebleven? Over welke bestemming hebben we het, als het gaat om de hemelvaart van Jezus? Om de plaats die Jezus gereedmaakt, zoals Johannes het verwoordt

In de bijbellezingen van vandaag wordt de hemel als woonplaats van God verondersteld. En ik denk dat veel mensen de hemel ook zien als de plek waar God woont. De hemel wordt ook gezien als  de bestemming waarnaartoe de overledenen gaan en waar mensen hopen terecht te komen na de dood. De hemel speelt een grote rol in het geloofsleven,  in de bijbelse verhalen en in christelijke en andere religieuze tradities.Maar het probleem met de hemel is, dat door ruimtereizen, wetenschappelijk onderzoek en telescopen niet meer vol te houden is, dat de hemel waar God woont, zich boven ons in de ruimte bevindt. Wanneer wij naar de hemel kijken, naar de blauwe lucht, de sterrenhemel of het wolkendek, dan zien we niet Gods woonhuis, maar dan zien we de verstrooiing van het zonlicht uit de lagen van de atmosfeer voor de achtergrond van de zwarte ruimte.

Paulus en Johannes weten nog niet zo veel over het helaal en de astronomische hemel als wij. In hun tijd stelden mensen zich de hemel waar God woont voor als een plaats. Deze hemel zou zich dan in de ruimte boven de zichtbare hemel bevinden. Dus ook niet dat stukje blauwe lucht is volgens het bijbelse wereldbeeld de hemel, maar Gods hemel is boven de zichtbare hemel. Door Paulus wordt die plek ook wel de `derde hemel’ genoemd. De hemel boven de hemel. Daar liggen volgens de bijbel de hemelse geschenken opgesloten: regen, manna, Gods Geest die als een duif uit de hemel naar beneden komt. Wanneer de hemel open gaat, dan treedt God in contact met mensen en daalt Gods zegen van boven naar beneden.

Deze gedachten over de hemel als ruimte boven de aarde en woonplaats van God zijn ideeën die met ons wereldbeeld niet meer verenigbaar zijn. Dat God daarboven woont en van daarboven God zijn macht doet gelden, is door de natuurwetenschappelijke kennis niet meer mogelijk. Hoewel, zeg ik erbij, weten wij veel wat achter de horizon van het heelal verborgen is?

De christelijke voorstelling van de hemel als ruimte zorgen plat begrepen, zoals door de Russische kosmonaut, voor geloofstwijfel of afwijzing van het geloof in God. God is niet in de hemel of in het heelal te vinden, dus bestaat God niet. Zo luidt de begrijpelijke, maar toch banale beredenering.

Te gemakkelijk wordt er dan erover heen gestapt, dat de bijbel niet alleen ruimtelijk van de hemel spreekt. Voor Johannes en Paulus is de hemel niet alleen een plaats, maar de hemel is ook een dimensie, een krachtssfeer. De hemel waar God is begrepen als een niet-ruimtelijke dimensie is een vernieuwing op het wereldbeeld van toen. U kent allemaal de verhalen van de Griekse en Romeinse goden. De goden die best veel op mensen lijken en op de berg Olympus wonen. De woonplaats van de Griekse goden was een bepaalde ruimte.

Het Jodendom en het Christendom distancieren zich van deze al te menselijke voorstelling van God. Voor Joden en Christenen is God transcendent. God is niet te vatten in een beeld, niet vast te leggen in een ruimte. God overstijgt het immanente, het aardse, het materiele. God die werd gezien als schepper van de aarde en de hemel, overstijgt zijn eigen schepping, God gaat zijn eigen woonhuis, de hemel, te boven.

Puh. Dit is een knap stukje denkwerk wat wij hier door Paulus en Johannes voorgeschoteld krijgen. Tomas snapt er dan ook niets van. Tomas begrijpt niet waar Jezus het over heeft. Het huis van de Vader, Gods woonplaats en de weg daarnaartoe – Tomas heeft geen idee wat hij zich daarbij moet voorstellen. En terecht. De hemel is ook niet voorstelbaar, de hemel is niet te vatten, we weten niet waar de hemel is, hoe de hemel is en wat het precies voorstelt.

Er is overigens niets mis ermee om zich een voorstelling te maken van de hemel. Jezus beschrijft de hemel als een toekomstvisioen waar voor iedereen een plek gereed is in Gods nabijheid. In andere evangelieen wordt de hemel gezien als pure vreugde, als een bruilofsfeest, als een plek waar goedheid en vrede wonen. Voor kerkreformer Luther was de hemel een plek waar appel- en peerbomen staan. Ik denk altijd aan blauwe luchten en witte wolkenpaartjen. Er is niets mis ermee om zich een beeld te maken van de hemel, als we maar blijven beseffen, dat Gods werkelijkheid er waarschijnlijk weer heel anders uitziet, dan het beeld wat wij ervan hebben.

Maar er moet toch iets te zeggen zijn over de hemel? Een glimp van de hemel moet toch op te vangen zijn?

Paulus maakt een onderscheid tussen mensen die hemels leven en mensen die aards leven. Het aardse leven speelt zich volgens Paulus af rond buik en schaamteloosheid. Paulus schijnt hier tegen Joodse christenen in te gaan, die de spijswetten van het grootste belang achten. De aandacht ligt op het voedsel, wat wel en niet te eten. Maar Paulus vind de spijswetten niet zo boeiend. Wat volgens Paulus van belang is, dat zijn deugden als rechtvaardigheid, liefde en morele voortreffelijkheid.

De deugden die Paulus beschrijft zijn de hemelse plichten die het hemelse burgerrecht met zich meebrengt. De hemelse rechten dat is het vertrouwen dat Gods kracht ons zelf voor de duisternis van de dood kan bewaren. Een hemels recht, dat is het delen in de vreugde van God. Hemels recht dat is de zorgeloosheid waarvan Jezus spreekt.

Wanneer Paulus het heeft over de hemelse burgerrechten betekent dat niet, dat de rechten en plichten ergens plaatselijk zijn opgeslagen of ergens in een volmaakt rijk zijn oorsprong vinden. Hemelse burgerrechten hebben hun oorsprong in de transcendentie van God. Ze transcenderen de werkelijkheid, veranderen de werkelijkheid, overschrijden, gaan voorbij de horizon van wat wij kunnen verwachten en dromen.

Waar is de hemel gebleven? Met deze vraag begonnen wij. Maar `waar’ is een verkeerde vraag. We zien de hemel niet als we naar boven kijken. We zien de hemel ook niet in onze voorstellingen en beelden. We kunnen eigenlijk alleen maar proberen om de hemel te kennen, te ervaren. De hemel proberen te leven.

Jezus zegt: “Als jullie mij kennen, zullen jullie ook mijn Vader kennen.” De weg naar de hemel, is de weg van Jezus volgen. De weg naar de hemel, dat betekent de hemelse plichten volgen: vrede stichten, goedheid delen, liefde leven, solidair met elkaar zijn. En gaandeweg mogen genieten van de hemelse rechten: onbevreesd zijn, diepe vreugde ervaren, vertrouwen op de belofte, dat God een toekomst voor ons in het verschiet houdt, waar een plek voor iedereen van ons zal zijn.

Op hemelvaartsdag staan wij erbij stil, dat Jezus de bestemming van zijn leven ondanks tegenstand, ondanks de dood, toch heeft bereikt. Opgenomen in de hemel, betekent dat Jezus volkomen opgenomen is in Gods licht. De hemel bereikt ons wanneer wij de weg van Jezus volgen. Gaandeweg komt de hemel ons tegemoet, verandert ons de hemel en veranderen wij de wereld. De hemel, dat is de toekomst die ons nu al lokt. De hemel is een zijn. Een zijn waarin goddelijke aanwezigheid woont. Een zijn dat wij soms weleens ervaren, wanneer we Gods nabijheid voelen. Misschien ook een zijn dat wij niet voelen, maar ons toch overeind houdt. De hemel verandert ons, transcendeert ons. Laat ons hopen op een zijn voorbij ons kennen en ons weten waarin we opgenomen zullen zijn, in vrede, in licht, in God.