Goede Vrijdag (Verlaten)

Lezing: Mat. 27

Dorothee S├Âlle, een van mijn favoriete theologen, heeft een heel bekend boek geschreven over het lijden. Volgens Soelle zijn er verschillende vormen
van lijden. Het lichamelijke lijden, het psychische lijden en het
sociale lijden.

Lichamelijk lijden dat is pijn in het lichaam. Van hoofdpijn tot de pijn van een gebroken bot, van een misselijk makende griep tot de kwellende pijn veroorzaakt door kanker of andere zware ziektes.

De tweede vorm van lijden is het psychisch lijden. Psychisch lijden dat is bijvoorbeeld verdriet, dat is somberheid, dat is gemis. Psychisch lijden dat
kan betekenen niet meer op je geest kunnen vertrouwen, dat kan betekenen dood willen, dat kan betekenen niet je gewone gang kunnen gaan. Psychisch lijden gaat bijna altijd gepaard met lichamelijk lijden en sociaal lijden. Gemis van een geliefde dat met heel je lichaam gevoeld wordt. Verdriet en somberheid waardoor je niet meer kunt opstaan, waardoor het lichaam de dienst weigert.

Sociaal lijden, de derde dimensie van lijden, dat is lijden veroorzaakt door de mensen en de maatschappij om je heen. Van de week heb ik een reportage op TV voorbij zien komen waarin een vrouw die kanker had vertelde, dat ze op grond van haar langdurige ziekte werd ontslagen. Iemand die langdurig ziek is, zoals de mevrouw op TV, betekent alleen maar kosten voor het bedrijf. Het schijnt, dat veel bedrijven proberen om hun zieke werknemers kwijt te raken. En in onze maatschappij waarin flexibel werken steeds populairder wordt, worden zulke praktijken steeds makkelijker. De mevrouw vertelde, dat het verdriet en de pijn die de actie van haar baas bijhaar veroorzaakte, eigenlijk nog erger en pijnlijker was, dan haar hele behandeling tegen kanker. Dat is sociaal lijden. Niet meer meetellen, gepest worden, in de steek worden gelaten.

Alle drie de vormen van lijden zijn op zichzelf erg. Maar wanneer alle drie
vormen bij elkaar komen, wanneer er sprake is van lichamelijk, psychisch en sociaal lijden, dan wordt het lijden bijna ondraagbaar. Dan is het lijden bodemloos, een diep zwart gat waarin de lijdende verzinkt.

Misschien kent u een of meerdere vormen van lijden. Lichamelijk, psychisch en sociaal. Verscheurend is het, wanneer een mens zowel lichamelijke pijn heeft, psychisch vertwijfeld, wanhopig en radeloos is en ook nog door zijn sociale omgeving uitgestoten en verlaten is.

Precies over zo’n alles omvattend lijden, lijden in drie dimensies, wordt door Mattheus verteld. Hoe Jezus lichamelijk gemarteld, helse pijnen lijdt. Hoe Jezus alles in twijfel trekt, wanhopig is, dat hij zich afvraagt of ook God hem verlaten heeft, dat het voor niets is geweest. En hoe Jezus door iedereen verlaten is. Door Petrus verlaten die hem verloochende. Door zijn familie in de steek gelaten. Door zijn volksgenoten uitgeleverd. Door de Romeinse bezetters bespot en tot de dood veroordeeld. Ja, zelfs de mensen die met Jezus samen lijden. De misdadigers die rechts en links van Jezus gekruisigd zijn, zelfs zij beschimpen hem. Het spreekwoord ‘gedeeld leed is half leed’ gaat hier niet op. Niemand is solidair, allen laten hem in de steek. Jezus is door iedereen
verlaten.

Mattheus beschrijft de laatste uren van Jezus als een verscheurend lijden. Hij beschrijft Jezus als iemand die door allen verlaten is, die bodemloos lijdt. Volgens het evangelie van Johannes staat de moeder van Jezus en andere vrouwen bij hem onder het kruis. In het evangelie volgens Lucas wordt niets verteld over de godverlatenheid die Jezus voelt. We weten niet hoe het precies is gegaan, maar dat het lijden van Jezus groot, bijna ondragelijk was, dat is een ding wat zeker is.

Wat mij getroffen heeft bij de voorbereiding, is de vraag van Jezus of ook God hem verlaten heeft. Net zoals in Psalm 22 die we in het begin zongen, schreeuwt de lijdende het uit `Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. Een vierde dimensie, een vierde soort van lijden. Naast het lichamelijke, het psychische en het sociale lijden, is er ook het lijden aan de `Gottesferne’, de afstand van God.

Maar is dat ├╝berhaupt mogelijk, dat God verlaat, dat God in de steek laat? De bijbel beschrijft vaak dat niet God zijn mensen verlaat, maar dat mensen God verlaten. Dat mensen breken met God en Gods wegen en zich daardoor van God verwijderen. De profeet Jesaja vertelt, dat God zijn volk verlaten heeft, doordat het volk God verlaten heeft. Maar, zo zegt God bij monde van Jesaja, `Ik verborg mijn gezicht voor je in laaiende toorn, een ogenblik lang, maar ik zal me weer over je ontfermen met eeuwigdurende liefde, zegt de Heer, die je vrijkoopt.’ Als God verlaat, dan is dat niet voor goed, niet voor altijd – zo zou ik Jesaja willen interpreteren.

Jezus brengt zijn lijden, zijn pijn, zijn eenzaamheid onder woorden. Jezus lijdt niet stom, niet sprakeloos, niet apathisch, hij laat zich niet beroven van
alle waardigheid. Hij benut het enige middel dat hij nog ter beschikking heeft om zijn lijden draagbaar te maken. Jezus gaat bidden. Hij verbindt zich met God.

Jezus bidt, klaagt, schreeuwt, verwoord zijn lijden. Zijn lijden, dat alle dimensies van zijn bestaan raakt. Zijn lijden dat zelfs zijn verhouding met God raakt. Dat lijden vertrouwt hij toe aan God en hij spreekt God erop aan om hem niet alleen te laten. Hij spreekt God erop aan om hem niet te verlaten.

En God geeft antwoord op zijn gebed. Het gebed verandert Jezus, verandert zijn lijden. Het gebed maakt Jezus sterk. Jezus accepteert de breuk met alles en iedereen niet. Hij accepteert niet dat dit lijden aan het kruis het einde van alles is. Daarom houdt hij vast aan God. Daarom klaagt hij aan, daarom heeft hij nog hoop. Daarom heeft hij nog woorden. Woorden van psalm 22. De psalm die ondanks alles, vasthoudt aan Gods trouw, aan Gods belofte, dat God niet voor goed in de steek zal laten.

Jezus doorbreekt het lijden en blijft ondanks alles vasthouden aan God en aan mensen. Hij maakt het verbond tussen God en mensen waar. Hij blijft geloven, dat de diepste nacht, het grootste lijden niet het laatste woord heeft. Dat er altijd weer een morgen zal zijn. Dat er altijd weer liefde zal zijn. Dat er altijd weer leven zal zijn. Dat er altijd weer God zal zijn. God die zich zal ontfermen, met eeuwigdurende liefde.