Barmhartigheid staat zwart op wit

Schriftlezingen: Exodus 32:7-14 en Johannes 8:1-11

Wanneer u uw eigen bijbel openslaat, thuis of hier, als u toevallig hebt meegelezen, dan valt u misschien op dat er een aantekening bij het verhaal van de overspelige vrouw wordt gemaakt. Niet in alle edities staat er een aantekening, maar bijvoorbeeld in deze uitgave van de nieuwe bijbelvertaling staat vers 53 van hoofdstuk 7 in het rood. En dan staat er als aantekening bij: de tekst onbreekt in andere handschriften. In mijn Griekse bijbel is het nog duidelijker. Daar staat het verhaal van de overspelige vrouw tussen haakjes.

Er is iets aan de hand met onze tekst vanochtend. U heeft er misschien nooit bij stil gestaan dat onze bijbel zoals we hem voor ons hebben liggen, geen vanzelfsprekendheid is –  ik heb er tenminste nooit bij stil gestaan voordat ik theologie ging studeren. Je zou denken, dat de bijbel sinds de verzameling van die teksten gewoon ongewijzigd de eeuwen is meegegaan. Natuurlijk hebben we een vertaling voor ons liggen en zoals u weet komt er om de paar jaar weer een nieuwe bijbelvertaling uit. Dus de vertalingen zijn steeds weer anders. Maar de grondtekst die zou toch ongewijzigd de eeuwen door zijn gegaan?

Maar dat is dus niet zo. U moet zich er indenken dat in de tijd van het Oude Israel en de tijd van het ontstaan van het Christendom verhalen vaak eerst mondeling werden bewaard en later op papier kwamen te staan. Er was in het begin van het christendom ook een hele discussie welke teksten wel of niet in de bijbel zouden moeten staan.

En steeds wanneer een tekst gekopieerd werd, was het gevaar aanwezig dat de schrijver de tekst niet op de juiste manier overgeschreven had. Mensen maakten fouten en zo komt het dat we soms te maken hebben met verschillende tekstversies in de bijbel. Bijbelwetenschappers maken er veel werk van om erachter te komen wat de meest originele bijbeltekst is. En dat doen bijbelwetenschappers doordat ze verschillende oude bijbelversies met elkaar vergelijken en conclusies trekken welke versies van de tekst de oudste is.

Nu is er met ons verhaal van vanochtend iets heel geks aan de hand. Want het verhaal van de overspelige vrouw komt in een aantal oude en belangrijke handschriften gewoonweg niet voor. En wanneer het verhaal wel opduikt, dan staat het ook nog eens niet altijd op dezelfde plek in de bijbel. Soms wordt van de overspelige vrouw in Lucas of Mattheus verteld, dan weer in Johannes.

Ik weet niet wanneer en hoe het verhaal van de overspelige vrouw in onze bijbel terecht is gekomen, maar ik zou me kunnen indenken dat de tekst in het vroege christendom een omstreden tekst was. Wellicht is het verhaal van de overspelige vrouw zelfs “per ongeluk” af en toe weggelaten.

Onderander de kerkvader Augustinus geeft ons daartoe aanwijzingen. Voor de kerkvader was het verhaal namelijk een uitlegkundig raadsel. Hoe kan het nu dat Jezus de overspelige vrouw niet veroordeeld? Het komt bijna neer op goedkeurig van overspel, zo dacht Augustinus. Dat was volgens de kerkvader nu zeker niet de bedoeling van Jezus. Augustinus was bang, dat het volk op verkeerde gedachten zou komen na het lezen van dit verhaal en in verkeerde bedden zou gaan liggen.

Was misschien onze tekst te pikant in de vroege eeuwen na de jaartelling? Ging de ruimdenkendheid en vergevingsgezindheid van Jezus de mensen toch iets te ver? Zou het niet veroordelen van zonden niet leiden tot een hopeloos losbandige toestand?

Wanneer wij het verhaal van de overspelige vrouw lezen, dan klinkt het in onze moderne oren waarschijnlijk niet bijzonder schokkerend. Natuurlijk zullen de meesten wel vinden dat overspel eigenlijk niet kan.

Maar de een vindt overspel verwerpelijker dan de ander. Maar ik denk dat we het allemaal erover eens kunnen zijn, dat overspel niet met de dood bestraft moet worden. We kunnen ons dus prima vinden in de houding van Jezus tegenover de vrouw, zijn niet-veroordelen van de overspelige vrouw.

Maar iemand die schuld heeft begaan niet veroordelen – dat is niet altijd vanzelfsprekend. Zeker wanneer het onszelf betreft. Wanneer onze partner ons bedrogen heeft, willen we hem of haar wellicht niet laten stenigen, maar een oordeel hebben we er toch zeker over. Wanneer wij ruzie hebben met iemand anders, dan hebben we in de hitte van de discussie de ander al veroordeeld voordat we er goed over konden nadenken. Of wanneer een bestuurder of iemand met veel verantwoordelijkheid de zaak verknoeid, dan zijn we er toch als de kippen bij om degene uit zijn ambt te heffen en publiekelijk hard te veroordelen en te straffen. Of laten we nog een stap verder gaan: Wat is met doodslag of met terrorisme. Het is toch ondenkbaar om een crimineel of een terrorist in het midden van de publieke aandacht te plaatsen en hem dan niet te veroordelen, omdat wij wellicht ook weleens in de fout zijn gegaan?

Het verhaal van de overspelige vrouw stelt ons voor een probleem. Enerzijds confronteert ons het verhaal met het al te ware gegeven, dat wij mensen heel snel ons oordeel over iemand anders klaar hebben. Dat wij eerder de splinter in de ogen van de ander zien voordat we de balk in onze ogen opmerken. Wij leven in een maatschappij waarbij we altijd weer op zoek zijn naar wie schuld heeft wanneer iets mis gaat.

Maar anderzijds: wat moeten wij praktisch met dit verhaal? Moeten wij dan criminelen ongestraft laten? Terroristen hun gang laten gaan? Moeten wij bedrog door onze partner zomaar vergeven en vergeten? Moeten wij bestuurders die veel mensen de ellende in hebben geleid dan vrijuit laten gaan? Betekent niet schuld ook dat er een oordeel over de schuldige geveld moet wordt. En als we het niet doen, wordt zonde dan niet onbelangrijk, ja is het niet een uitnodiging om fouten te begaan, als er geen oordeel tegenover staat? Als we maar kunnen leven zoals we willen en toch allemaal in de hemel komen – wat is dan nog het nut van moraal en ethiek?

Wat dat betreft heeft Exodus in eerste instantie een veel duidelijkere antwoord en praktische implicatie. God heeft zijn volk uit de slavernij bevrijdt, dus moet het volk zich ook aan Gods wetten houden. En deze wetten zijn in steen gegrifd. Ze staan vast, voor altijd en eeuwig, met Gods vinger in steen geschreven. En een van die wetten is dat een overspelige vrouw gestendigd dient te worden. Overigens niet alleen zij, maar ook haar minnaar waarvan we in Johannes gek genoeg helemaal niets horen. Een vrij harde wet die vermoedelijk de sociale orde en erfstructuur van een klein volkje moest waarborgen.

Maar Mozes voelt al snel aan, dat die wetten van God wel waar zijn en een goede samenleving bevorderen, maar dat de mens toch niet in dat perfecte blaadje past. Het volk is maar net onderweg in de woestijn en het gaat al mis. Ze dansen om een gouden kalf en gaan zo al meteen in tegen het eerste gebod van God.

God heeft zijn oordeel snel klaar, het ligt ook voor de hand: Dit volk deugt niet, de mensen zijn de mist ingegaan, het project bevrijding strandt in de woestijn voordat het echt begint. God wil niet verder met deze mensen, de gezamenlijke weg van God met mensen moet hier stoppen.

Maar Mozes pleit voor barmartigheid, voor genade, hij bemiddelt tussen God en de mensen, omhoog gaat hij en omlaag, om de mensen en God weer bij elkaar te brengen. Mozes pleit voor een gezamenlijke weg, hij maakt zich sterk voor het project bevrijding, voor een toekomst met elkaar waarbij het verleden de toekomst niet in de weg staat

Het schijnt alsof God erbij heeft geleerd – als je dat zo mag zeggen. Jezus schrijft niet in steen, hij schrijft met zijn vinger in zand. De wetten, het oordeel, de mening over anderen – het staat niet voor altijd en eeuwig vast, maar is veranderbaar, in zand geschreven, vatbaar voor barmhartigheid, open voor de toekomst. Jezus is het die de rol van Mozes heeft overgenomen, een bruggenbouwer om mens en mens en God en mens weer bij elkaar te brengen. Om weer verder te kunnen gaan op gezamenlijke wegen. Jezus zet het project bevrijding voort.

Niet de veroordeling, niet de wet `je krijgt wat je verdient’, niet de straf voor misstappen staat zwart op wit geschreven, maar bevrijding – daar waar het God altijd al om ging – bevrijding wordt met het verhaal van de overspelige vrouw de eeuwen door in geesten en harten gegrift.
Het verhaal doet niet af aan ethiek en moraal, aan wetten en aan wat misstappen betekenen, maar de essentie gaat om empathie en inlevingsvermogen. Om geduld gaat het en liefde. Om aanvaarding en zijn zoals je bent. Om bevrijding van een verleden dat de weg naar de toekomst verspert.

De overspelige vrouw staat er in het midden, tegenover een menigte die het oordeel al klaar heeft. De menigte kijkt naar de vrouw, maar ze zien alleen haar misstappen, haar zonden, haar imperfecties.

Jezus kijkt op een andere manier naar haar. Ook hij ziet haar misstap, haar zonde. Hij ziet de imperfectie, de lelijkheid. Maar hij ziet nog meer. Hij ziet ook een mens. Een vrouw met een verhaal, met een verleden. Iemand die in deze situatie terecht is gekomen, door eigen toedoen en toedoen van anderen. Hij ziet naast de schaduwkanten ook de schoonheid, een mens geschapen naar Gods beeld, een mens met vermogens, met een toekomst. Jezus ziet de vrouw in haar totaliteit. Hij toont empathie en inlevingsvermogen.

Empathie en inlevingsvermogen leert Jezus ook de menigte. Kijk naar deze mens en zie, dat zij is zoals jezelf bent. Dat zij schdauwkanten heeft, dat er dingen mis zijn gegaan in haar leven. Net zoals bij jou. En zie dat zij ook mooi is en goed, dat er liefde is. Net zoals bij jou.

De daad – ja die wordt veroordeeld. Maar met de mens is God niet zomaar klaar. Zelfs achter de meest afschuwelijke misdaad, is soms nog iets van een mensengezicht te zien. En zou het niet zo zijn, dat wanneer we ophouden om menselijkheid in een ander te zoeken, ook onze eigen menselijkheid kwijt raken?

Het verhaal dat zoals zo veel andere verhalen Gods gezicht laat zien en daarom beslist thuis hoort in onze bijbel, vraagt van ons dat ook wij naar anderen met empathie en inlevingsvermogen kijken. Dat wij niet alleen naar de daad, naar de schuld kijken en ons oordeel snel klaar hebben. Maar dat we naar de mens in zijn totaliteit kijken – hoe moeilijk dat ook is!

Want ook wijzelf staan in het midden, net als die vrouw. Ook wij kunnen niet de eerste steen gooien, omdat niemand van ons zonder schaduwkanten is. Omdat wij allen mens zijn en als een mens ongetwijfeld de mist in gaan. Maar net als de vrouw in het midden, kunnen ook wij recht blijven staan – voor het aangezicht van mensen en van God.

Die God, die met zijn inlevingsvermogen in Jezus tot het uiterste is gegaan, die God kijkt met empathie, met ontferming, met liefde. Die God geeft ons de ruimte om opnieuw te beginnen, die God spreekt ons vrij van de belemmering waarmee het verleden de toekomst verspert. Die God maakt de weg vrij om te gaan als een mens, aanvaard, gezien, geliefd, om te worden zoals we zijn bedoeld: een mens in vrede met God, in vrede met anderen en in vrede met onszelf. Vrij om mens te zijn.

Amen.